Leegstand

Een deftige woning voor jezelf of je familie. Het is een basisrecht en een voorwaarde om goed te kunnen leven, samenleven, studeren, ontspannen, rusten, opvoeden of werken. Brussel kampt met een huisvestingscrisis. Wonen is er erg duur. Jaar na jaar neemt huisvesting een grotere hap uit het gezinsbudget. Er is te weinig aanbod voor de grote vraag naar woningen, zo luidt meestal de verklaring. Maar is dat wel zo?

Brussel heeft 550.000 woningen. 15.000 à 30.000 daarvan staan leeg. 1 op de 20. De meeste leegstaande woningen zijn van privéeigenaars. Ze hebben geen geld om de panden te renoveren, of wachten tot de prijs omhooggaat. Ook bij woningen in openbaar bezit is er een probleem. 3.500 van de 40.000 sociale woningen staan ongebruikt te wachten op renovatie.

Leegstand heeft niet enkel impact op wonen. Te weinig leven of sociale controle in de straat kan hele buurten naar beneden halen. Stel je voor dat we alle leegstaande woningen terug op de markt brengen. Als de overheid bijspringt om ze op te knappen, kunnen het betaalbare woningen worden. Het zou ook een upgrade voor de wijken zijn.

Hoe? Door leegstand te sanctioneren, eigenaars alternatieven aan te bieden voor die boetes en sneller te renoveren. Er zijn al instrumenten om dat te doen. Alleen, ze worden niet ten volle benut. 

Sinds enkele jaren is er een Brusselse dienst die controles uitvoert op onbewoonde huizen en boetes uitdeelt aan nalatige eigenaars. Helaas werkt de dienst niet op volle kracht. Er is te weinig personeel. 

Openbaar beheerrecht heeft veel potentieel. De stad neemt een leegstaande woning over van de eigenaar, knapt het pand op en verhuurt de woning tegen betaalbare prijzen. Maar de maatregel bestaat al tien jaar en het aantal woningen dat in die tijd vrijkwam is op één hand te tellen. 

Voor eigenaars die zelf de tijd, middelen of het budget niet hebben om een leegstand pand woonklaar te maken, zijn er oplossingen. Renovatiepremies. Of sociale verhuurkantoren. De SVK’s sluiten een overeenkomst met de eigenaar. Ze nemen het leegstaand pand over, knappen het op en verhuren het daarna aan sociale tarieven, lager dan de gangbare huurprijzen. De huuropbrengst voor de eigenaar is lager. 

Ook publieke eigendommen staan leeg, denk maar aan gebouwen die nog geen definitieve bestemming hebben. Laat ze tijdelijk door sociale of culturele organisaties gebruiken. Die zijn vaak op zoek naar werkplekken. Meer passage op straat blaast de buurt ook nieuw leven in.

Ingrijpen op de woonmarkt betekent ook dat overheid een deel van de markt voor haar rekening neemt: een eigen aanbod van sociale woningen. Daar loopt veel fout. 44.000 families staan op de wachtlijst voor een sociale woning. Er zijn vooral te weinig woningen. De bestaande woningen zijn vaak in slechte staat en moeten gerenoveerd worden. Dat is een kwestie van budget. En de stedenbouwkundige procedures moeten vlotter. 

Leegstand is een oud zeer. De instrumenten om woningen snel op de markt te brengen zijn er al. Het komt er nu op aan ze ook massaal in te zetten. Dit moet een prioriteit worden van de Brusselse regering. Zodat duizenden mensen beter wonen en we Brussel leefbaarder maken. Dat is mijn inzet.