nieuws

Een taalcursus voor elke Brusselse ambtenaar

In de week na de Vlaamse feestdag pleit voorzitter van de Raad van de VGC, Fouad Ahidar, voor een masterplan taalopleidingen bij de Brusselse overheden. Hij stelde daarover vragen aan de Brusselse ministers Sven Gatz en Bernard Clerfayt. ‘Nog steeds word je niet overal in het Nederlands geholpen, ook al moet dat van de wet’, stelt Brussels parlementslid Fouad Ahidar. De oplossing ligt volgens Ahidar voor de hand: ‘structureel moeten er meer uren Frans en Nederlands gegeven worden aan leerlingen. In het Franstalig onderwijs in Brussel studeert nu minder dan 10% af met een deftige kennis van het Nederlands terwijl 90% van de vacatures tweetaligheid vragen. In de tussentijd moet de tweetaligheid van de ambtenaren beter. Uit cijfers van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel blijkt dat een kleine helft van de 1453 medewerkers tweetalig is en er in 2020 124 deelnames waren aan een taalopleiding. Bij de lokale Brusselse besturen ontbreekt bij de helft van de aanwervingen het juiste taalattest. Veel meer ambtenaren zouden taalles moeten volgen: dat is goed voor de dienstverlening maar ook voor hun carrièrekansen, en voor het samenleven in deze stad.’

Het blijft nodig om te benadrukken dat Brussel een tweetalige stad is, stelt Ahidar:

‘Het is essentieel dat Nederlandstaligen in deze stad in hun eigen taal kunnen geholpen worden; aan het bevolkingsloket, voor inlichtingen, voor vergunningen en al zeker wanneer ze echt hulp nodig hebben bij het OCMW, de politie of in een ziekenhuis bijvoorbeeld. Dat is vandaag nog steeds niet het geval. Dat gaat van onschuldige taalfouten tot Brusselaars die belangrijke medische vragen niet begrijpen in het vaccinatiecentrum of geen aangifte kunnen doen in eigen taal. In alle 11 julispeeches hoorde ik terecht de herbevestiging dat Brussel ook in de toekomst, ook na een eventuele staatshervorming, tweetalig zal blijven. Dan moeten we zorgen dat de praktijk de theorie volgt”

Momenteel geldt bij de gewestelijke overheden tweetaligheid van de dienst: je moet er in het Nederlands terecht kunnen maar niet elke ambtenaar moet tweetalig zijn. Bij de lokale besturen is het strenger en geldt de ‘individuele tweetaligheid’. Minister Gatz geeft aan dat op het gewestniveau de taalkaders grotendeels gerespecteerd worden. Van de 1453 personeelsleden van de gewestelijke overheidsdienst Brussel (GOSB)  ontvangen 742 werknemers een tweetaligheidspremie.  In de gemeenten en OCMW’s is het een ander verhaal: van de 3.123 personeelsbeslissingen waren er  in 2019 1829 niet in orde door het ontbreken van het juiste taalattest.

Minister Clerfayt wijst  erop dat het moeilijk is Nederlandskundig personeel te vinden en dat veel overheidsjobs in de Vlaamse rand aantrekkelijker zijn want beter betaald. Ook benadrukken beide ministers dat nu al veel inspanningen geleverd worden. Er wordt werk gemaakt van de uitwisseling van Nederlandstalige en Franstalige leerkrachten. Er worden vandaag al veel taalopleidingen gegeven, er komt een regionaal opleidingsplatform en er zijn taalpremies en ´taalhoffelijkheidstrainingen´.

Fouad Ahidar is tevreden met deze acties. Toch vindt hij dat een nog een pak ambitieuzer kan:

“in het Franstalig onderwijs in Brussel studeert minder dan 10% af met een deftige kennis van het Nederlands. Dan moeten we niet verbaasd zijn als er later te weinig tweetaligen zijn voor de overheidsjobs. Ook in het Nederlandstalig onderwijs gaat de kennis van het Frans trouwens achteruit. Er moeten gewoonweg meer uren van de andere landstaal komen in het Brussels onderwijs. Zo verdwijnt op termijn het probleem vanzelf. Vergeet niet dat ongeveer 90% van de Brusselse vacatures tweetaligheid vraagt en maar 10% van de werkzoekenden daaraan voldoet. Taalonderwijs is de structurele oplossing.”

In de cijfers die minister Gatz gaf viel op dat zo’n 124 ambtenaren van de 1453 personeelsleden van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel een of andere vorm van taalopleiding volgen. Ahidar:

“De interesse voor taalcursussen is groot zeggen de ministers. We weten dat zeker bij de gemeenten en OCMW’s de talenkennis ondermaats blijft. Dan is de logische conclusie om massaal veel taalles te organiseren. Zeker voor de ambtenaren die onterecht ééntalig aangeworven worden, maar ook voor alle anderen. Iedereen moet de kans krijgen om tweetalig te worden. Dat is goed voor de dienstverlening, maar ook voor de verdere carrièrekansen en het samenleven in onze stad.”